15522051483_ca08400f18_h

Solidariteit gewikt en gewogen: interview met Stijn Oosterlynck

Solidariteit is een term die te pas en te onpas gebruikt wordt. Professor Stijn Oosterlynck van onderzoekscentrum OASeS (Universiteit Antwerpen) schept duidelijkheid over het begrip en trekt conclusies voor het beleid. Chris Verstraete en Geert Schuermans (Samenlevingsopbouw) interviewden Oosterlynck.

Wat betekent solidariteit voor u?

08bf5d20-da84-4a9c-b0a8-34b4cc2054d1Stijn Oosterlynck: Ik denk dat er twee elementen belangrijk zijn als je het over solidariteit hebt: enerzijds de wil om iets met elkaar te delen, anderzijds een gevoel van lotsverbondenheid.

Laten we met het eerste beginnen: de wil om iets met elkaar te delen.

Stijn Oosterlynck: Als het over solidariteit gaat, verengt de discussie zich al snel tot een debat over de welvaartstaat. Die is belangrijk, maar ik gebruik liever een bredere definitie. Solidariteit valt niet te herleiden tot herverdeling via een systeem van belastingen, uitkeringen en publieke dienstverlening.Je kunt ook andere zaken met elkaar delen, bijvoorbeeld een plaats. Je woont in dezelfde straat en probeert er samen het beste van te maken.

Dat ligt erg dicht bij het tweede element dat u noemde: een gevoel van lotsverbondenheid.

Stijn Oosterlynck: Het gevoel eenzelfde toekomst te delen – of je dat nu graag wilt of niet – is zeer belangrijk bij de bereidheid om iets met elkaar te delen. We leven allemaal in België, draaien er mee in dezelfde economie en hebben er baat bij dat die goed draait. Dat maakt dat mensen iets voor elkaar over hebben. Andere gronden voor dat gevoel kunnen bijvoorbeeld een gemeenschappelijke vijand, onderlinge afhankelijkheid of persoonlijke ontmoeting zijn.

Solidariteit onder druk?

Bijna alle gronden die u noemt zijn zaken die onder druk staan. Zijn we daardoor minder solidair?

Stijn Oosterlynck: We moeten daar genuanceerd over zijn, maar in het algemeen klopt het wel dat solidariteit onder druk staat. Neem de arbeidersbeweging: die is georganiseerd op een manier aangepast aan de 20e eeuw. Dat maakt dat ze moeilijk antwoorden vindt op nieuwe sociale kwesties, zoals sociale dumping. Arbeiders van elders die hier een graantje van de markt komen meepikken.

Veel heeft natuurlijk te maken met het feit dat we de sociale zekerheid op het niveau van de natiestaat georganiseerd hebben. Bovendien zie je dat sociale risico’s ongelijk verdeeld zijn. De kans op werkloosheid of ziekte ligt beduidend hoger bij laaggeschoolden. Het gevoel van onderlinge afhankelijkheid neemt daardoor bij de sterkere groepen af. Toch blijkt uit onderzoek dat zij nog wel solidair willen zijn.

Tegelijk merken opbouwwerkers dat de concurrentie aan de onder kant groeit. Zijn mensen die het moeilijk hebben minder solidair?

Stijn Oosterlynck: Mensen in een villawijk hebben hun buren niet nodig. Zijn kunnen voor al hun wensen op de markt terecht. Ze hebben hun eigen auto om hun kinderen naar school te brengen, poetshulp of een oppas als het nodig is. Voor mensen in een kwetsbare positie ligt dat anders. Zij kunnen zich die kinderoppas niet veroorloven en zijn dus afhankelijk van de buren. Als ze op het einde van de maand niet rondkomen, moeten ze van al eens van familie, vrienden of kennissen lenen. Daardoor blijkt uit studies dat je ook in situaties van achterstelling zeer duidelijk vormen van solidariteit vindt.

Wat betekenen die bevindingen voor de toekomst van de welvaartstaat?

Stijn Oosterlynck: Door haar omvattend karakter blijkt dat onze welvaartstaat zeer resistent is ten aanzien van verschuivende opinies. Wij hebben een genereus systeem waarbij alle groepen wel eens langs de kassa passeren, ook en vooral de middenklasse die in Vlaanderen erg groot is. Stel je eens voor dat iedereen zijn eigen onderwijs zou moeten betalen, of zijn eigen ziekteverzekering, of zelfs zijn eigen loopbaanonderbreking of moederschapsrust. Een aanzienlijk deel van de Vlaamse middenklasse zou geen middenklasse meer zijn. Politiek maakt dat het niet eenvoudig om op de welvaartstaat beknibbelen. Tegelijk is het natuurlijk zo dat de takken waar die middenklasse minder op teert, zoals de werkloosheid of de sociale huisvesting, meer aan kritiek onderhevig zijn.

152808185_f35fd6c727_o

Voor wat hoort wat

In de belaagde takken van de welvaartstaat maakt het voor-wat-hoort-wat principe opgang. Hoe kijkt u naar die tendens?

Stijn Oosterlynck: Eerst en vooral is het belangrijk om op te merken dat dit idee altijd al een belangrijk element in onze sociale zekerheid is geweest. Het verzekeringsprincipe impliceert de gedachte van voor-wat-hoort-wat. Je moet gewerkt hebben voor je recht hebt op een werkloosheidsuitkering. Wat wel nieuw is, is dat deze manier van denken zich in delen van de welvaartsstaat doorzet waar ze nog niet aanwezig was, zoals het leefloon en de sociale huisvesting.

Juicht u die tendens toe?

Stijn Oosterlynck: Ik denk dat je een onderscheid moet maken tussen horizontale en  verticale solidariteit Het verzekeringsprincipe is horizontale solidariteit. Ik ben solidair met mensen die vandaag ziek, toevallig werkloos of gepensioneerd zijn. Welvarenden delen met welvarenden als het ware. Uiteraard kan je daar wederkerigheid verwachten. Anders is het bij de verticale solidariteit. Dit is de herverdelende solidariteit tussen mensen die welvarend zijn en mensen die dat niet zijn. Door daar voor-wat-hoort-wat te introduceren creëer je problemen.

Hoezo?

Stijn Oosterlynck: Solidariteit is zelden helemaal onvoorwaardelijk. Op zich is het dus niet slecht om een discussie te hebben over de voorwaarden waaronder ze bestaat. Alleen hebben de voorstanders van voor-wat-hoort-wat het al snel over een nieuw sociaal contract. Dat klopt natuurlijk niet. Een contract dat eenzijdig opgelegd wordt, is geen contract. Solidariteit is op machtsgelijkheid gebaseerd.  Is die machtsgelijkheid er niet, dan komen we al snel bij liefdadigheid terecht.

Heeft de invoering van voor-wat-hoort-wat niet gewoon de bedoeling om zo veel mogelijk mensen te kunnen schrappen?

Stijn Oosterlynck: Er zit in ieder geval de idee in dat je om het systeem overeind te houden, we er minder gebruik van mogen maken. Een voorbeeld daarvan is het strenge beleid ten opzichte van leefloongerechtigden in de stad Antwerpen, dat trouwens door de vorige coalitie geïntroduceerd is. Het probleem met dat soort politiek is dat een deel van de mensen met wie je solidariteit wil afspreken buiten beeld blijft. De rijkere groepen wonen immers buiten de stad. Als je solidariteit bediscussieert en onderhandelt, moet je dat doen op een niveau waar iedereen betrokken partij is. Als je voor-wat- hoort-wat toepast bij de arme groepen en de grote vermogens blijven buiten beeld, dan loopt het fout.

Big Society en de Participatiesamenleving

Als we het over het verschil tussen indirecte en directe solidariteit hebben, lijken steeds meer mensen een voorkeur te hebben voor de laatste vorm: de spontane solidariteit tussen mensen.

Niet voor niets spreken sommigen van warme versus koude solidariteit. Hoe kijkt u daar naar?

231637115_c6e1a59274_bStijn Oosterlynck: Je hoort bepaalde politici wel eens beweren dat de door de overheid geïnstitutionaliseerde solidariteit de solidariteit tussen mensen ondergraaft. Wetenschappelijk onderzoek is daar heel duidelijk over: dat is niet geval, wel integendeel. Landen met meer indirecte solidariteit kennen over het algemeen ook iets meer directe solidariteit.

Is daar ook een verklaring voor?

Stijn Oosterlynck: Dat is natuurlijk niet tot één argument terug te brengen, maar als een overheid goed voor haar burgers zorgt door te herverdelen en te investeren in dienstverlening en infrastructuur, dan geeft ze die burgers een mandaat om dat ook te doen. Ze geeft het goede voorbeeld. Een andere verklaring stelt dat wanneer de overheid in buurten, middenveld, en sociaal werkers investeert, ze de infrastructuur legt waarop directe solidariteit kan groeien.

Gaat die bevinding niet lijnrecht in tegen de idee van de Participatiesamenleving en Big Society?

Stijn Oosterlynck: Het is inderdaad vreemd dat je enerzijds zegt dat je meer directe solidariteit wil, maar dat je de plaatsen waar die solidariteit zich kan ontwikkelen, zoals bibliotheken of buurthuizen, sluit.

Zijn pleidooien voor meer directe solidariteit – zoals de Participatiesamenleving en Big Society – dan niet gewoon een alibi om te besparen op de indirecte solidariteit?

Stijn Oosterlynck: Daar lijkt het wel op. Het is niet toevallig dat deze ideeën opgang maken sinds de financiële en economische crisis van 2008. In Groot Brittannië heeft premier David Cameron zijn Big Society-beleid duidelijk gelanceerd als sociale component voor zijn zeer zware besparingsagenda. Hij maakte duidelijk dat de overheid zich zo ver mogelijk zou terugtrekken en het middenveld de problemen maar moest oplossen. De Participatiesamenleving in Nederland is niet anders. De mantelzorg moet opvangen wat de geknipte instituties niet meer kunnen oplossen. In Vlaanderen zit er een gelijkaardige tendens in de vermaatschappelijking de zorg.

Waarom krijgt een dergelijk zorgwekkende evolutie dan niet meer kritiek?

Stijn Oosterlynck: Omdat in dit soort beleid er twee bekommernissen samen komen. Enerzijds is er de rechts-liberale ambitie om de welvaartstaat af te bouwen en de sociale pijler van de overheid kleiner te maken. Anderzijds zie je de zorg om de samenleving meer ruimte te geven om maatschappelijke kwesties aan te pakken. Dat sluit aan bij de oude idee van subsidiariteit van de christendemocratie, maar ook bij de progressieve vraag naar inspraak en coproductie. Waarom moet de overheid doen wat de familie, de gemeenschap en burgers ook kunnen doen?

Geen besparing

Hoe counter je dat?

Stijn Oosterlynck: De vraag is wat je wilt counteren? Ik vind inspraak, coproductie en subsidiariteit zinvol, zolang het niet neerkomt op het doorschuiven van verantwoordelijkheden naar de burgersamenleving, zonder dat daar ook middelen tegenover staan. De vraag is dus hoe je dat gaat organiseren. De vermaatschappelijking is op zich geen slechte tendens maar het mag geen besparingsoperatie zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat je goede sociale statuten moeten creëren voor mensen die aan mantelzorg doen. De recente inperking daarvan is geen goed idee.

Maar maken we niet dezelfde fout als bij de activeringsdiscussie eind jaren ’90? Die droeg ook twee tegenstrijdige ideologische bekommernissen in zich: besparen en emanciperen. Inmiddels is duidelijk wat daar van gekomen is.

Stijn Oosterlynck: Het is niet zo dat die besparingen er niet komen als we onze hakken in het zand zetten en dit discours categoriek afwijzen. Uiteindelijk komt het erop neer dat onze samenleving gewijzigd is. Mensen willen mee kunnen spreken in de organisatie en zorg van hun leven. Ze aanvaarden niet meer dat alles voor hun beslist wordt.

Hoe garandeer je dan dat de meest kwetsbare niet de dupe van deze evolutie worden?

Stijn Oosterlynck: Uit onderzoek van onder andere Justus Uitermark blijkt dat de financiële draagkracht van wijken belangrijk is, maar niet de enige factor is. Buurten die arm zijn, maar een sterk institutioneel weefsel hebben, kunnen het verschil maken. Een overheid moet hierop inzetten. Pas op: daarmee bedoel ik niet een buurtcentrum neerpoten en dan maar hopen dat het goed komt. De overheid zal met middenveldorganisaties moeten samenwerken. Hoe Samenlevingsopbouw in Menen in de wijk De Barakken tewerk gaat is een goed voorbeeld. Gaan kijken welke talenten er aanwezig zijn en dan uitdokteren hoe je daarmee kunt bouwen. Maar we mogen onszelf niets wijsmaken. Daar zullen overheidsmiddelen voor nodig zijn. Van een besparingsoperatie kan geen sprake zijn.

 

Interview: Chris Verstraete en Geert Schuermans. Dit interview verscheen eerder in ‘surPLUS. Berichten van Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen, jg. 26, nr.1). Het volledige themanummer over solidariteit lees je op de site van Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen.

‘Confutuur’, het toekomstproject van Samenlevingsopbouw, Unie der Zorgelozen en Vormingplus MZW focust in 2016 op solidariteit. In het voorjaar staan solidaire initiatieven in Harelbeke in de kijker. Volg het project op Facebook. Op 4 juni (15u-17u) worden de resultaten gepresenteerd in De Trukendoos in Stasegem (meer info). Van harte welkom!

1200x628_DVDSTILTE_VORMINGPLUS_EVENMENTPROMOTEN_FB

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s