“Wat heb jij bijgedragen?”

Op zaterdag 4 juni vond Salon Solidair plaats. Deze namiddag was het sluitstuk van het onderzoek dat de Unie der Zorgelozen, Vormingplus MZW en Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen de voorbije weken voerden in Harelbeke rond het thema ‘solidariteit’, in het kader van het ruimere project Confutuur. Thomas Decreus, journalist bij DeWereldMorgen, schreef er deze beschouwing over.

Nee, solidariteit is niet meteen een hip concept. Of toch zeker niet in regerings- of werkgeverskringen. Als daar het woord solidariteit in de mond wordt genomen, dan is het meestal om op de beperkingen ervan te wijzen. ‘Solidariteit heeft grenzen’, zo luidt het dan. ‘We kunnen niet met iedereen solidair zijn, een genereus sociaal systeem is onbetaalbaar en mensen moeten ook zelf hun verantwoordelijkheid nemen’, zo zegt men.

En toch. Er is vrijwel niemand die zichzelf niet solidair wil noemen. Dat er solidariteit hoort te zijn, daarover zijn we het vrijwel allemaal eens. Niemand is tegen solidariteit op zich. Eerder geven we allemaal een andere invulling aan het begrip solidariteit. Dat bleek ook duidelijk in Salon Solidair, over ‘de toekomst van solidariteit en de solidariteit van de toekomst’.

Plaats van het Salon Solidair was het tot de nok gevulde achterafzaaltje van het populaire Harelbeekse café De Trukendoos. Wie op de bewuste zaterdag dat zaaltje nietsvermoedend binnenwandelde, zou daar een erg divers publiek aangetroffen hebben. Heel verschillende mensen die ondanks al die verschillen toch minstens één iets deelden, namelijk een bezorgdheid omtrent waar het met onze solidariteit heengaat en hoe we solidariteit in de toekomst moeten vormgeven.

Verdomhoekje

Zsalon solidaire-3ijn wij allemaal solidair? Je zou geneigd zijn daarop bevestigend te antwoorden. Op het eerste zicht is iedereen vanzelfsprekend solidair met de onmiddellijke omgeving. Je moet al een heel ongevoelig iemand zijn om bijvoorbeeld een broer niet te helpen die ernstig ziek is, of een buur die het even allemaal niet ziet zitten. Als mensen zijn we van nature uit geneigd om ons solidair te tonen met wie in onze onmiddellijke omgeving afziet of de eindjes op één of andere manier niet aan elkaar geknoopt krijgt. Het is ook wat Dominique Windels, OCMW-voorzitter van de stad Harelbeke naar voor brengt in zijn gesprek met onderzoeker Pascal Debruyne: “Solidariteit heeft veel te maken met empathie”, zo benadrukt hij, “om solidair te zijn moet je je kunnen inleven in andermans leefwereld, je moet je kunnen vereenzelvigen met de ander. Maar solidariteit gaat ook om meer dan dat, solidariteit heeft ook iets te maken met gelijkheid, gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid.”

Volgens Pascal Debruyne is het net die vorm van solidariteit die in het verdomhoekje zit. Voor velen is het niet langer vanzelfsprekend om op een abstracte wijze met iedereen solidair te zijn. Een groeiende groep mensen vindt het steeds moeilijker om bijvoorbeeld solidair te zijn met de werkloze aan de andere kant van de taalgrens of de vluchteling die tot een andere God bidt.

De grote vraag is dan: hoe komt het dat we steeds minder solidair kunnen zijn met mensen waarmee we niks of weinig delen? Hoe komt het dat we steeds minder in staat zijn om solidair te zijn op een meer abstract niveau? Volgens Pascal Debruyne is het in belangrijke mate te wijten aan toenemende angst en onzekerheid in de samenleving. Veel mensen hebben het moeilijk en wie het moeilijk heeft, die heeft vaak genoeg aan zijn eigen zorgen. De zorgen van anderen en het zorgen voor anderen wordt dan veel minder evident en vanzelfsprekend.

salon solidaire-5

“Wat heb jij bijgedragen?”

In onze samenleving heeft solidariteit de structurele vorm aangenomen van de welvaartstaat. Pensioenen, ziekte- en werkloosheidsuitkeringen zorgen ervoor dat iedere burger in principe solidair is met de andere burger en dat zij die het meest kunnen bijdragen aan het systeem ook effectief het meest bijdragen. Althans, dat is de theorie. In praktijk is onze welvaartstaat steeds verder uitgehold geraakt. Grote vermogens en bedrijven slagen er dankzij fiscale spitstechnologie in om steeds minder belastingen te betalen, waardoor de pot waaruit kan herverdeeld worden steeds kleiner wordt. En tegelijk worden diegenen die de solidariteit van de welvaartstaat het hardst nodig hebben, steeds meer met de vinger gewezen.

“Wat heb jij eigenlijk bijgedragen aan het systeem? Wat maakt dat jij recht hebt op die uitkering?” Dat is de vraag die op velerlei wijzen opnieuw en opnieuw gesteld wordt aan zij die het meest afhankelijk zijn van hulp en solidariteit. Johan Walgraeve van de Unie der Zorgelozen verwoordt het bijzonder snedig: “Door te vragen aan iemand wat hij of zij heeft bijgedragen, wordt een beschuldiging geuit. Er wordt met de vinger gewezen, er wordt geoordeeld en veroordeeld. Op die manier wordt de arme, de werkloze, de verslaafde, de zieke constant naar de rand van de samenleving geduwd en wordt hij een paria.”

Het is ook een conclusie waartoe Joost Bonte, coördinator van het straathoekwerk Oost- en West-Vlaanderen komt. “Smijt al die computers buiten”, zegt hij provocerend op het podium. “Er worden voortdurend data van mensen bijgehouden, mensen worden daardoor voortdurend in vakjes ondergebracht en beoordeeld. Maar wat je in praktijk ziet is dat een groeiende groep daardoor uitgesloten wordt. Mensen die bijvoorbeeld meerdere psychiatrische stoornissen hebben en als te complex beschouwd worden door de hulpverlening eindigen vaak op straat. Zij vallen tussen de mazen van de opvang.”

Straat

En zo wordt er, naarmate de middag vordert, tot een drietal steeds duidelijker omlijnde conclusies gekomen. De eerste, die als een paal boven water staat: de solidariteit zoals we die kennen staat steeds meer onder druk. Iedereen heeft de indruk dat we ergens te weinig solidair zijn met diegene die het meest solidariteit nodig hebben: vluchtelingen, thuislozen, armen. Tweede conclusie: ook onze instellingen lijken te falen. Onze welvaartsstaat is niet meer zo genereus als ze ooit geweest is en steeds meer worden voorwaarden en restricties gekoppeld aan sociale rechten. Laatste conclusie: het gebrek aan solidariteit heeft veel te maken met toenemende angst en onzekerheid die heerst bij mensen. Wie angstig en onzeker is, zal minder geneigd zijn tot solidariteit.

Maar wat te doen daaraan? Hoe kunnen we solidariteit opnieuw herstellen? Misschien ligt hier een belangrijke rol voor het lokaal beleid, suggereert Pascal Debruyne. Lokaal beleid  staat dicht bij de mensen en kan erin slagen om ontmoetingsplaatsen te scheppen waar mensen opnieuw in contact komen met elkaar. Want ook dat is iets waar enkele mensen in de zaal op wijzen: we ontmoeten elkaar veel te weinig. En daar zit de felle opmars van internet en sociale media wel voor iets tussen. In plaats van met elkaar te spreken, chatten we liever, in plaats van publiek het woord te nemen, sturen we tegenwoordig liever een tweet de wereld in. Dat is dodelijk voor de solidariteit. De computer even uitzetten dus, en elkaar opnieuw ontmoeten in de straat, de wijk en de stad. Nee, voldoende zal dat niet zijn om tot een volmaakt solidaire samenleving te komen. Maar het kan wel een belangrijk begin zijn.

salon solidaire-30

Strijd

“Misschien moeten we ook inzien dat solidariteit erg veel vormen kan aannemen”, zo voegt Jan Despiegelaere van het Streekfonds West-Vlaanderen toe. “We moeten er over waken om niet in clichés te vervallen. Sommige mensen lijken op het eerste zicht niet solidair, maar zijn dat op hun eigen manier soms wel.” Despiegelaere geeft het voorbeeld van een rijke vrouw die een restaurant uitbaat, niet veel opheeft met vakbonden of socialisten maar wel twee ‘probleemjongeren’ te werk stelt en die ook na de uren intensief begeleidt. Er zijn ook nog andere vormen van solidariteit die we vergeten zijn, benadrukken zowel Geert Six (Unie der Zorgelozen) als Pascal Debruyne in hun afsluitend woord. Ja, solidariteit heeft veel te maken met empathie, met elkaar ontmoeten, met een systeem ontwerpen dat herverdeelt en rechtvaardigheid doet zegevieren. Maar solidariteit heeft ook te maken met strijd. In de strijd voor een betere wereld, herkennen we elkaar als lotgenoten en bondgenoten. Niet voor niets is ‘broederschap’ of ”kameraadschap’ dikwijls een centraal begrip bij bevrijdingsbewegingen en revoluties.
Misschien is dat dus wel de clue: we moeten de solidariteit herwinnen in de strijd voor de solidariteit zelf. Samen opkomen, nadenken, babbelen en ja, vechten voor solidariteit creëert de solidariteit die we dachten kwijt te zijn.

Misschien is dat ook wat dit Salon Solidair doet, bedenk ik me wanneer de rijk gevulde middag op zijn einde loopt. Net door mensen samen te brengen rond het idee solidariteit, door samen een dialoog te beginnen over solidariteit, scheppen we een solidariteit die er voorheen niet was. Handen worden geschud, ideeën uitgewisseld en banden ontstaan. En laat dat net de bedoeling zijn.

Thomas Decreus

Deze tekst schreef Thomas Decreus voor DeWereldMorgen.be.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s