Tine Hens: “Burgerinitiatieven kunnen pas slagen als er samenwerking is met overheid en bedrijven”

1042In haar boek ‘Het klein verzet‘, dat ondertussen al dateert van 2015, reist journaliste Tine Hens Europa rond op zoek naar bottom-up-initiatieven van burgers die alternatieven uitwerken waardoor we ons leven duurzamer kunnen inrichten. “In essentie gaat het nooit over individuen die iets doen, maar om mensen die samen iets doen. Al lukt het niet altijd, het gaat om mensen die samen komen. En dat moeten we weer ontdekken: samen iets doen, debatteren en dat vast houden.”
Drie jaar later, op 2018, is Hens nog steeds een veelgevraagde spreekster. Ze is de keynote speaker tijdens de inspiratiebeurs ‘Slim en duurzaam leven’ op zaterdag 2 juni in evenementenhal Depart in Kortrijk.

Wat we alvast even wilden weten: hoe staan we er nu voor? Gaat het vooruit, groeien die initiatieven? Een studie beweerde onlangs dat België van alle Europese landen het laagste scoort op het vlak van burgerinitiatieven. Klopt dat?
Hens nuanceert: “Die studies zijn heel moeilijk. Het probleem is dat veel ‘burgerinitiatieven’ niet bekend zijn. Het is geen officieel gebeuren waar statistieken van bestaan. In onze straat doen we bijvoorbeeld allerlei dingen samen, maar dat staat nergens geregistreerd. De eerste echte studie daarover moet nog komen. Denktank Oikos heeft geprobeerd om ze vorig jaar in kaart te brengen.

Onder meer de lokale context bepaalt hoe sterk die initiatieven groeien in de verschillende Europese landen. Dat er in Nederland veel burgerinitiatieven zijn, heeft te maken met de Nederlandse regering die heeft ingezet op de participatiedemocratie, wat neerkwam op besparingsinitiatieven.

 

Containerbegrip

Een ‘burgerinitiatief’ is een containerbegrip dat voor alles en nog wat kan gebruikt worden. Het grappige is, in mijn boek komt dat woord niet eens voor, omdat ik ook niet zo’n promotor ben van het idee dat de burger het zelf moet doen. Wat ik belangrijk vind, is de vraag: wat is de kloof tussen wat veel mensen willen en wat mensen zien als een sociale maatschappij? En ook: hoe kunnen we die maatschappij organiseren zodat die geen aanslag op de natuur pleegt?

Dat is een verlangen en een zoektocht die bij heel veel mensen leeft, maar die zelden goed vertaald wordt door het beleid. Heel veel burgerinitiatieven ontstaan dan ook uit een reactie, namelijk, er ontstaat iets omdat iets ontbreekt. De vraag daarbij is dan hoe een lokale of hogere overheid daarop reageert. Worden de regels aangepast, die de dingen eenvoudiger maken? Heel vaak is de regelgeving niet aangepast waardoor verandering niet mogelijk is en een burgerinitiatief bijna in de illegaliteit opereert.
Neem nu bijvoorbeeld het delen van spullen. Onze wetgeving is gebaseerd op privébezit en het zelf aankopen van dingen. Vanaf het moment dat je begint te delen, kom je in een grijze zone terecht. Een burgerinitiatief is vaak een reactie omdat mensen niet willen wachten op de overheid. Ze willen het zelf doen. Of het dan verder groeit, en of het iets teweeg brengt, heeft dan te maken met hoe anderen, met name de overheid én bedrijven, daar mee omgaan. Willen die initiatieven succesvol zijn, dan moeten beide samenwerken. En dat zie je ook wel gebeuren.

‘Het begint in je eigen straat’, concludeerde De Standaard in de recensie van je boek. Maar hoe gaat het dan verder? De burgerinitiatieven passen goed in een neo-liberaal model want zo kan de overheid haar handen terug trekken.

Dat is het risico. De overheid moet niet zomaar toekijken. In de Nederlandse participatiemaatschappij wordt een verantwoordelijkheid gelegd bij burgers die ze niet moeten nemen. In die zin kunnen die initiatieven een extreem liberaal model ondersteunen, o.a. omdat die maatschappij bijzonder ongelijk is. Want wie doet in eerste instantie mee aan die initiatieven? Mensen die zich wat kunnen vrij maken en die al bewust bezig zijn. Dat zijn niet de mensen in armoede. Het is daarom ook belangrijk om drempels te verlagen en geen nieuwe drempels in te richten. Ook daar ligt een taak voor de overheid.

Verkiezingen

Burgerinitiatieven moeten geen taken overnemen die eigenlijk van ons allemaal zijn, en dus van de overheid. Er moet een wisselwerking tussen beide ontstaan. Wat ik interessant vind in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, is dat die initiatieven een rol spelen. Politieke partijen willen de inspraak en participatie vergroten. Men wil burgers actiever betrekken bij het beleid en de medezeggenschap en inspraak vergroten. Maar daar is ook een moeilijkheid aan verbonden. Want dat betekent dat ze een deel van hun macht zullen moeten afstaan, en dat is voor hen een heel moeilijke volgende stap.

Je voelt ook snel wantrouwen bij de partijen. Ze vragen zich af of burgers wel weten waarover ze spreken, terwijl net bij veel burgerinitiatieven veel meer kennis zit dan bij een lokaal beleid. Iemand die bijvoorbeeld professioneel bezig is met onderzoek naar luchtvervuiling kan zijn kennis inbrengen op dat lokale niveau. Je krijgt dan een soort rare concurrentie. Als lokaal politicus moet je dan al heel sterk zijn om te aanvaarden dat burgers zo actief meewerken.

Zijn veel burgerinitiatieven niet te lokaal en te klein?

Plukboerderijen en repaircafé’s zijn zo gemakkelijk weg te zetten. Dit fatalisme ontslaat ons ook gemakkelijk van de taak om zelf iets te doen. Wat ik doe maakt geen verschil, toch? Als we dat voortdurend zeggen, zal het inderdaad geen verschil maken. Als we het echt willen, moeten we ons ook afvragen hoe we het moeten aanpakken.

Ik maakte onlangs een reportage bij traditionele boeren in Frankrijk, die vast zitten in hun systeem. Ze hebben geen controle op de prijs van groenten of melk, de voedingsindustrie bepaalt wat ze moeten doen, wat en hoe ze zaaien, wanneer ze moeten oogsten … Deze boeren vertelden me, zonder dat ik er op aanstuurde, hoe zij de toekomst van de landbouw zagen en die liep heel erg samen met de ideeën die achter plukboerderijen en korte keten zitten. Dit is interessant want dit zijn niet de usual suspects, de groene jongens. Dit zijn wanhopige boeren die merken dat hun systeem tegen zoveel grenzen stoot. Wat zij als oplossing zien, is wat binnen stroomt vanuit het andere denken: produceren voor de lokale markt bijvoorbeeld, en niet meer voor de wereldmarkt. Uiteraard zitten er nog veel hindernissen tussen de gedachte en het effectief doen. Maar het is wel een interessante gedachte, die kruisbestuiving is momenteel dus wel bezig.

Levenshouding

Die vraag vertaal ik momenteel graag naar mijn eigen leven. Als je in het groot probeert na te denken en kijkt naar de totale organisatie van de samenleving geraak je er niet aan uit. Je hebt een gigantische transitie van arbeid nodig. We moeten arbeid anders gaan invullen terwijl we de neiging hebben om permanent in jobs te denken. Hoe gaan we daarmee aan de slag?

Als je boven op de top van de berg begint, gaat dat gewoon niet. Dus ik probeer dat met mijn gezin in ons leven in te bouwen. Dat is het ‘ontknopen’ van het kapitalisme. Met iedere keuze die we maken, vraag ik me af hoe afhankelijk ik ben van een bedrijf: wat we eten, waar we naar toe gaan, hoe we ons verplaatsen,…? Het is een soort levenshouding, en dat is niet gemakkelijk. Tegelijk weet ik dat ik het anderen niet kwalijk kan nemen als ze dat niet doen. Je moet daar bewust mee bezig zijn.
Ik wil naar de winkel kunnen gaan waar elk product sociaal en ecologisch verantwoord is. Dat dit de norm wordt, kan je niet met burgerinitiatieven realiseren. Daar heb je andere wetgeving en regelgeving voor nodig. En ook bedrijven die beslissen: wij maken iets en wij creëren ook nog een surplus, wij willen ons goed voelen bij de producten die we maken, waarbij we ons niet hoeven te verantwoorden aan de samenleving omdat we niet genoeg betalen voor de effectieve vervuiling. Daarvoor heb je een overheid nodig die meewerkt. Het wordt echt tijd en het is nu echt het moment dat we politici hebben die hun prioriteiten op een andere manier invullen. Je kunt niet verwachten dat burgers dat alleen gaan doen.

Dat is het altijd: burgers, bedrijven en overheid zijn nodig en die moeten elkaar aanspreken over de vraag wat een goede samenleving is voor iedereen.

Interview: Jan Timmerman

Tine Hens is keynote-spreker tijdens de Inspiratiedag Slim en duurzaam leven: Simplify Life op zaterdag 2 juni 2018 in Depart (Kortrijk), een organisatie van stad Kortrijk, provincie West-Vlaanderen, Vormingplus MZW, de West-Vlaamse Milieufederatie en Netwerk Bewust Verbruiken.

Meer info op kortrijk.be/simplifylife.

affiche20inspiratiedag20slim20en20duurzaam20leven

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s